
Santorini heeft een reputatie van luxe, en dat klopt voor de hotels. Voor de logistiek klopt het minder. Het eiland is een halve caldera met dorpen op de rand, en alles wat je van de haven naar je kamer moet krijgen gaat over smalle paden, trappen en een enkele keer een muilezel. Daardoor is het formaat van je bagage hier relevanter dan op de meeste Griekse eilanden.
De situatie in Oia en Imerovigli
De hotels in Oia liggen in de rotswand onder de hoofdstraat. Auto’s komen tot aan de rand van het dorp en verder niet, dus vanaf de parkeerplaats loop je met je koffer over kasseien naar het trapje dat naar beneden gaat, en dan volgen dertig tot honderdvijftig treden. Imerovigli is nog wat extremer omdat de dorpskern verder van de weg af ligt. Sommige hotels sturen een porter met een karretje, andere niet, en dat staat lang niet altijd in de omschrijving.
Vraag het bij het boeken. Eén mailtje bespaart je een halfuur zweten.
Fira is makkelijker. Daar rijden auto’s tot vlakbij de meeste hotels en het terrein is vlakker.
De veerboot en de oude haven
Kom je met de ferry uit Athene of van Naxos, dan meer je aan in Athinios, een haven met één weg die in serpentines omhoog gaat. Bij aankomst van een grote boot staan daar honderden mensen tegelijk op een bus of taxi te wachten, en je bagage staat ondertussen op een helling.
De kabelbaan vanaf de oude haven naar Fira, die je gebruikt als je met een cruiseschip of een dagexcursie komt, heeft kleine cabines met beperkte ruimte. Grote koffers gaan er niet in.

Waarom een underseater hier zoveel oplost
Een underseater is een koffertje dat onder de stoel voor je in het vliegtuig past, doorgaans rond de 40 bij 30 bij 20 centimeter. Bij de meeste maatschappijen mag hij gratis mee, ook zonder Priority, en dat scheelt al snel dertig tot vijftig euro per vlucht.
Op Santorini heeft dat formaat nog een tweede voordeel. Je tilt hem met één hand. Op een trap van honderd treden is dat het verschil tussen een aankomst en een beproeving; je pakt hem op, je loopt, klaar.
Voor drie tot vijf dagen is het genoeg, zeker in de zomer. Twee shirts per drie dagen, twee zwembroeken, één nette outfit voor het diner in Ammoudi, sandalen en één paar schoenen aan je voeten.
Een koffer voor onder de stoel is er in harde en zachte uitvoering, en de zachte variant wint hier omdat je hem nog een centimeter kunt indrukken en omdat hij lichter is. Kijk bij het kopen naar het eigen gewicht, waarbij onder de anderhalve kilo goed haalbaar is, en let erop of hij rechtop blijft staan als je hem loslaat. Bij dit formaat is dat lang niet altijd zo. Travelbags zet de underseaters als aparte categorie neer; in fysieke winkels moet je er meestal naar vragen omdat ze tussen de gewone handbagagekoffers hangen.
Wat je op het eiland zelf koopt
Zonnebrand, water en een strandhanddoek koop je gewoon in Fira of Oia. Duurder dan in Nederland, maar niet schokkend, en het scheelt je ruimte en gewicht.
Wat je wél meeneemt zijn schoenen met grip. De vulkanische paden op de wandelroute Fira-Oia, ongeveer tien kilometer en drie uur, zijn los en stoffig, en op slippers is dat geen plezier. Een pet of hoed hoort er ook bij, want op dat pad is nergens schaduw. De Griekse nationale toeristenorganisatie zet op visitgreece.gr per eiland de wandelroutes en de openingstijden van de archeologische sites bij elkaar, en dat is handiger dan het lijkt omdat Akrotiri buiten het seizoen eerder sluit dan de meeste mensen verwachten.
Wanneer een grote koffer wél logisch is
Ga je twee weken, verblijf je in Kamari of Perissa aan de zwarte stranden waar het vlak is en waar hotels een parkeerplaats hebben, en huur je een auto? Dan is dit hele verhaal niet op jou van toepassing.
Voor de klassieke Santorini-trip van vier dagen aan de caldera-rand geldt het omgekeerde. Neem het kleinste dat je durft. Je zult het niet missen, en je aankomst wordt er meetbaar aangenamer op.